In de DSM-5 (sectie II) worden tien types onderscheiden. Alle persoonlijkheidsstoornissen worden gekenmerkt door duurzame, niet helpende patronen. Deze duurzame patronen zijn anders bij de verschillende persoonlijkheidsstoornissen. Per stoornis staan andere persoonlijkheidskenmerken op de voorgrond.
Tien types in drie clusters
De persoonlijkheidsstoornissen worden ingedeeld in drie clusters of groepen: Cluster A, B en C genoemd.
Cluster A wordt ook wel het “vreemde” of “eigenaardige” cluster genoemd omdat mensen met deze persoonlijkheidsstoornissen vaak enigszins buiten de maatschappij staan of zich moeilijk kunnen verbinden met andere mensen. Onder Cluster A-persoonlijkheidsstoornissen vallen:
- paranoïde-persoonlijkheidsstoornis
- schizoïde-persoonlijkheidsstoornis
- schizotypische-persoonlijkheidsstoornis
Cluster B wordt het “emotionele” of “dramatische” cluster genoemd, omdat emoties hoog kunnen oplopen. De persoonlijkheidsstoornissen in cluster B zijn:
- borderline-persoonlijkheidsstoornis
- histrionische-persoonlijkheidsstoornis
- antisociale persoonlijkheidsstoornis
- narcistische-persoonlijkheidsstoornis
Cluster C wordt wel het “angstige” of “geremde” cluster genoemd. De persoonlijkheidsstoornissen die hieronder vallen worden gekenmerkt door een hoge mate van angst. Onder Cluster C-persoonlijkheidsstoornissen vallen:
- vermijdende-persoonlijkheidsstoornis
- afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis
- dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis
Naast deze tien typen persoonlijkheidsstoornissen, kent de DSM-5 nog een restgroep voor situaties waarin er wel duidelijk sprake is van een persoonlijkheidsstoornis, maar (nog) niet aan de criteria wordt voldaan van een van de tien persoonlijkheidsstoornissen.
Meer informatie over deze tien types en de diagnostiek ervan vind je hier
Een aantal persoonlijkheidsstoornissen lichten we hieronder uitgebreider toe.
Uitgelicht: Wat is een borderline-persoonlijkheidsstoornis?
Als je een borderline-persoonlijkheidsstoornis hebt, heb je vaak last van instabiliteit in emoties, wisselende sterke overtuigingen, problemen met impulsbeheersing en moeilijkheden in relaties. Negatieve ervaringen die je hebt opgedaan, leiden tot intense, negatieve emoties, en moeite om emoties te reguleren. Daardoor kun je ervaren dat je wisselt tussen hevige emoties en momenten van je leeg en vlak voelen. Vanuit deze overspoelende emoties (of juist vanuit de leegte) verlies je soms de grip op jezelf en je gedrag. Dat kan leiden tot schadelijk en impulsief gedrag. Voorbeelden zijn impulsieve besluiten, zelfbeschadiging of misbruik van alcohol of drugs.
Ook kan je beeld van jezelf en anderen sterk wisselen. Het ene moment vind je iemand misschien geweldig, maar zodra diegene je een keer teleurstelt, heeft hij of zij helemaal afgedaan. Vaak ben je zoekende wie je eigenlijk echt bent en verschilt het nogal in hoe je je voelt en uit. In relaties zit een patroon van aantrekken en afstoten. Als je denkt afgewezen te worden roept dat een heel sterke emotionele reactie op.
In DSM-5, sectie II, worden negen criteria voor de borderline-persoonlijkheidsstoornis beschreven. Het volstaat dat iemand – naast de algemene criteria – voldoet aan vijf van deze criteria om de diagnose te kunnen stellen. Meer informatie over deze criteria vind je hier
Meer informatie over de behandeling van een borderline-persoonlijkheidsstoornis vind je hier
Uitgelicht: Wat is een narcistische-persoonlijkheidsstoornis?
Als je een narcistische-persoonlijkheidsstoornis hebt, heb je een voortdurende behoefte aan bewondering. Vaak heb je diep van binnen een kwetsbaar gevoel van eigenwaarde, maar dat zul je niet snel laten zien. Je hebt de neiging je kwetsbare kanten, zoals zwakte, onzekerheid, angst of schaamte, te ontkennen of weg te houden. Je compenseert dat die kwetsbare kanten door je “groter en beter dan anderen” voor te doen aan de buitenkant. Dat kan leiden tot ongelijkwaardige verhoudingen met anderen. Je hebt de neiging je boven anderen te plaatsen en je kunt in je houding of uitlatingen ook minachtend zijn. Je realiseert je misschien niet altijd welk effect dat op anderen heeft. Het kan je een sterk gevoel geven om anderen te domineren.
In DSM-5 sectie II worden negen criteria voor de narcistische-persoonlijkheidsstoornis beschreven. Als iemand – naast de algemene criteria – voldoet aan vijf van deze criteria, kan de classificatie worden gesteld. Meer informatie over deze criteria vind je hier.
De ernst van een narcistische-persoonlijkheidsstoornis kan variëren. Bij de ernstige varianten hebben mensen nog zelf erg weinig voeling met onderliggende kwetsbaarheid en onzekerheid en zijn ze vol van zichzelf, voortdurend gericht op bewondering van anderen en minachtend en devaluerend naar de ander. Wanneer iemand zelf eigenlijk wel weet heeft van de kwetsbaarheid van binnen, is de stoornis doorgaans wat minder ernstig en zijn er meer aanknopingspunten voor behandeling.
Er bestaan geen wetenschappelijk bewezen behandelvormen specifiek voor de narcistische-persoonlijkheidsstoornis. Dat betekent echter niet dat ze onbehandelbaar zijn. Zeker als mensen zelf hun problemen (enigszins) onder ogen zien en gemotiveerd zijn om hier iets aan te doen, kan behandeling effectief zijn. De behandelvormen die worden ingezet voor een borderline-persoonlijkheidsstoornis, zoals Schematherapie, Mentalization-Based Treatment of Transference-Focused Psychotherapy, kunnen doorgaans ook worden toegepast bij de narcistische-persoonlijkheidsstoornis. Bij mildere varianten kunnen ook behandelvormen die voor Cluster C persoonlijkheidsstoornissen worden gebruikt, toegepast, zoals Intensive Short-Term Dynamic Psychotherapy of Dynamische Interpersoonlijke Therapie.
Uitgelicht: Wat is een antisociale-persoonlijkheidsstoornis?
Als je een antisociale-persoonlijkheidsstoornis hebt, houd je vaak weinig rekening met de waarden, normen en grenzen van anderen en van de maatschappij. Je vaart vooral op je eigen behoeftes en staat weinig stil bij de impact daarvan op anderen. Je kunt daarbij over grenzen van anderen gaan zonder daarbij veel gewetenswroeging te ervaren. Je bent vaak impulsief en je hebt ‘een kort lontje’. Daardoor raak je gemakkelijk in conflict en kun je in contact komen met politie en justitie vanwege strafbaar gedrag. Je hebt vaak behoefte aan kicks en prikkels. Omdat je zo sterk je eigen behoeftes volgt, kunnen anderen je als onbetrouwbaar, manipulatief of gemeen ervaren.
De antisociale-persoonlijkheidsstoornis is de enige persoonlijkheidsstoornis die pas vanaf de leeftijd van 18 jaar kan worden geclassificeerd. In de criteria wordt wel als voorwaarde gesteld dat er sprake moet zijn van een normoverschrijdende-gedragsstoornis die is begonnen voor de leeftijd van 15 jaar. In die zin wordt dus wel vereist dat de problemen met grenzen en normen reeds vroeg in de puberteit zijn begonnen.
In DSM-5 sectie II worden zeven criteria voor de antisociale-persoonlijkheidsstoornis beschreven. Wanneer iemand – naast de algemene criteria – voldoet aan drie van deze criteria kan de antisociale-persoonlijkheidsstoornis worden geclassificeerd. Meer informatie over deze criteria vind je hier.
Behandelvormen die worden toegepast bij mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis zijn onder meer Dialectische Gedragstherapie, Schematherapie en Mentalization-Based Treatment. Het is – ook door gebrek aan goed onderzoek – nog niet duidelijk hoe goed deze behandelingen helpen om de kenmerken van de antisociale-persoonlijkheidsstoornis zelf te veranderen. Er is wel aangetoond dat behandeling voor geassocieerde problemen, zoals middelengebruik of depressiviteit, effectief kan zijn. Ook kan behandeling helpen voor bijvoorbeeld agressieregulatie en het verbeteren van impulscontrole.
Een veelgehoorde opvatting is dat mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis beter niet met psychotherapie behandeld moeten worden omdat ze dan nog beter anderen zouden leren manipuleren. Hier bestaat geen bewijs voor. In die zin bestaat er geen reden om deze mensen niet te behandelen. Meer informatie over behandeling vind je hier).
Uitgelicht: Wat is een Cluster C persoonlijkheidsstoornis?
Met Cluster C persoonlijkheidsstoornissen wordt verwezen naar de vermijdende-, afhankelijke- en dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis. Hoewel er onderlinge verschillen zijn tussen deze drie types, worden ze alle drie gekenmerkt door erg sterke controle en remming, met vaak onderliggend veel angst. Bij mensen met een cluster-c-persoonlijkheidsstoornissen komen dan ook vaak angststoornissen en depressies voor.
Als je een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis hebt, heb je de neiging sociale contacten te vermijden uit angst. Je voelt je vaak minderwaardig en beschaamd over jezelf en denkt dat anderen niet op je zitten te wachten. Het is heel moeilijk om om te gaan met kritiek omdat dat je negatieve zelfbeeld nog verder lijkt te bevestigen. Daarom probeer je vaak uit alle macht te vermijden om ergens in te falen. Als je iets moet doen waarvan je verwacht tekort te zullen schieten, ga je het maar liever uit de weg dan het te proberen met de kans dat het niet helemaal goed gaat.
Als je een afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis hebt, heb je het gevoel dat je niet op eigen benen kunt staan. Je voelt je niet goed in staat om zelf keuzes en beslissingen te maken in je leven, en laat het initiatief liever aan anderen over. Je kunt daardoor erg gaan leunen op anderen. Zolang je voldoende emotionele steun en beschikbaarheid van de ander ervaart, gaat het soms best, maar wanneer de ander er even niet voor je is, kun je snel helemaal in paniek raken.
Als je een dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis hebt, ben je vaak erg gecontroleerd en perfectionistisch. Je bent bang voor verlies van controle en overzicht, en je kunt je van daaruit koppig, rigide en onverzettelijk opstellen. Vaak probeer je moeilijkheden vooral verstandelijk te benaderen, en komen emoties in het gedrang.
Meer informatie over Cluster C persoonlijkheidsstoornissen vind je hier. Bezoek zeker ook onze cliëntenpagina over Cluster C persoonlijkheidsstoornissen.
Voor de behandeling van Cluster C persoonlijkheidsstoornissen bestaan er verschillende behandelvormen. Er bestaat wetenschappelijk bewijs dat zowel de kenmerken van Cluster C persoonlijkheidsstoornissen als geassocieerde problemen aanzienlijk kunnen verbeteren na behandeling. Veel gebruikte behandelvormen zijn onder meer Schematherapie, Affectfobietherapie, ISTDP, Dynamische Interpersoonlijke Therapie en Transactionele Analyse.