Audit 2017

Na het invoeren van de GRB in verschillende instellingen wilden we als Kenniscentrum weten hoe de GRB wordt uitgevoerd en waar belemmerende en bevorderende factoren zitten. Om dit te kunnen meten hebben we 20 kwaliteitscriteria opgesteld. Deze criteria zijn vervolgens uitgewerkt in vragenlijsten. Tijdens de audit werden deze vragenlijsten afgenomen. Aan de audit in 2017 deden 11 teams uit verschillende instellingen mee.

 

Uiteindelijk hebben er 8 bezoeken plaatsgevonden. Elk bezoek duurde een dagdeel, en in deze tijd werden gesprekken gevoerd met behandelaren, cliënten en naasten. In deze gesprekken werden de vragenlijsten afgenomen. De informatie die hieruit naar voren kwam werd vervolgens teruggekoppeld aan de ontvangende instelling. Uiteindelijk werd alle informatie samengevoegd in een verslag en teruggestuurd naar de organisatie. 

Conclusie

Wat opvalt uit de verschillende bezoeken is:

  • bij alle instellingen is duidelijk wat de basisprincipes van de GRB inhouden en wordt er gewerkt vanuit de therapeutische basishouding. Ook cliënten merken dit, ze voelen zich allen goed begrepen en met respect benaderd.
  • intervisie en/of supervisie is niet overal beschikbaar, zeker niet specifiek voor de GRB
  • niet overal wordt een crisisplan standaard opgesteld, behandelplannen zijn wel overal beschikbaar. Echter, niet alle cliënten weten wat de doelen inhouden die in het behandelplan staan.
  • het betrekken van naasten wordt overal wel gedaan, maar is vrijwel nergens opgenomen in een formeel beleid. 
  • de wachttijden verschillen heel erg per organisatie, van een paar weken tot een paar maanden.
  • de caseload per instelling is ook zeer divers
  • de ondervraagde cliënten waren allen zeer gemotiveerd om de behandeling te volgen en er was dan ook geen sprake van drop-out of therapieverzuim

Vervolg

Aan de deelnemende partijen is gevraagd om aan te geven waar nog verbetering zit wat betreft de audits. Aangegeven werd o.a. dat het vergelijken van de organisaties nu niet goed mogelijk is, door de grote verschillen in uitvoering. Hier zou aandacht voor moeten komen. Daarnaast zien instellingen graag dat er meer informatie komt naar de Raden van Bestuur om zo de borging en continuïteit van het project te faciliteren. 

Het volledige verslag komt binnenkort beschikbaar, neem hiervoor contact op met Nina van Bunningen.